07-07-05

Brieven uit de gevangenis - Brief 1

 

BRIEVEN UIT DE GEVANGENIS - Brief 1

 

Bijna 20 jaar geleden voerde de Werkgroep Morkhoven voor het eerst acties rond de Vlaamse zieke gevangenen in Doornik. Vraag is: hoe staat het nu met die Vlaamse zieke gevangenen en met de rechten van de gedetineerden en geinterneerden in het algemeen ? Welke rechten hebben zij en worden die rechten gerespecteerd ? Hoe staat het met de eerbiediging van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens ? Kan een Belgische burger onschuldig in de gevangenis worden opgesloten en daar in onopgehelderde omstandigheden sterven ? Zijn de problemen inzake de overbevolking in de gevangenissen nu eindelijk opgelost ? Waarom heersen er nog middeleeeuwse toestanden in de Belgische gevangenissen ? Waarom dienen de cipiers die in de Belgische gevangenissen werken, voortdurend te staken ? Doen zij dit enkel voor hun plezier ? Hoe wordt de wet inzake de voorlopige hechtenis toegepast ? Aan welke straffen of sancties worden gevangenen zoal onderworpen ?

Zoals reeds eerder werd aangekondigd, gaat de Werkgroep Morkhoven opnieuw rond de gevangenissen werken. Om de situatie in de Belgische gevangenissen te verbeteren, is er op de eerste plaats een open en democratisch debat rond de Belgische gevangenissen en gevangenen nodig en dienen bepaalde wantoestanden te worden aangeklaagd. De discussie kan niet beperkt blijven tot de steeds weerkerende berichten over stakingen van cipiers in de gevangenissen.

Hierbij volgt een brief van een geinterneerde uit de gevangenis van Turnhout:


Aan de Werkgroep Morkhoven, Faiderstraat 10, 1060 Brussel

Turnhout, 20 juni 2005

Geachte Heer, Geachte Mevrouw,

Ik verblijf als geinterneerde in de gevangenis te Turnhout. Ik maakte er kennis met de heer Marcel Vervloesem, voor wie ik grote achting heb. Van hem kreeg ik het adres van uw werkgroep.

In 1999 werd ik geinterneerd na wat te herleiden is tot een verzuurde relatie met de politie van de wijk waar ik woonde. Sinds eind 2003 bevind ik mij voor conditiebreuk in de gevangenis te Turnhout.

De omstandigheden van mijn internering zijn ronduit hallucinant. De advocaat die bij mijn internering voor mij verscheen, was tegelijk mijn tegenpartij in een geding voor de rechtbank van koophandel. Ik had die man niet aangesteld. Ik wist zelfs niet van een eis tot internering. Klachten bij de Hoge Raad voor de Justitie halen niets uit omdat de Hoge Raad doodleuk antwoordt dat de commissies tot bescherming van de maatschappij niet tot de rechterlijke macht behoren en dat zij derhalve onbevoegd is. Niemand controleert die commissies en de betrokkenen krijgen nooit inzage in het dossier.

Als geinterneerde bevind ik mij op het raakvlak van justitie en psychiatrie. Beide instituten werken nauw samen en kritiek lijkt hen nauwelijks te raken. Verenigingen als die van u zetten wel iets in beweging, maar in essentie verandert er weinig. Vandaar dat ik op zoek ging naar de machtsbasis van beide instituten, naar de bron van hun schijnbare onaantastbaarheid. Ik meen die gevonden te hebben in het samengaan van katholieken en vrijmetselaars, eerst tijdens de Brabantse omwenteling (1789), nadien bij de vorming van de Belgische Staat (1828 - 1831) en verder in de magistratuur tot op heden.

"L'Union (Sacrée) fait la force" was tijdens de beginjaren van de Belgische Staat geen loze kreet. Ideologische tegenstellingen werden onder de mat van de Belgische eensgezindheid geveegd. Een eerste aanzet daartoe was reeds in 1789 gegeven toen de vrijmetselaarsloge "Pro Aris et Focis" (voor outer en heerd) rond J.F. Vonck zich aansloot bij de beweging rond de Brusselse advocaat H. Van der Noot in zijn verzet tegen de Oostenrijkse keizer Jozef II.

Oostenrijk sloeg terug en de Vonckisten namen de vlucht naar het revolutionaire Frankrijk. Zij zouden spoedig in machtsposities terugkeren. Tijdens de twintig jaar durende Franse bezetting wist een nieuwe klasse van notabelen zich te verrijken, o.a. door de aankoop van in beslag genomen kerkelijke goederen. Deze nieuwe machtshebbers werden een belangrijke politieke factor. Nu nog siert de beeltenis van Napoleon de huiskamer van menig vrijmetselaar.

In 1828 vonden katholieken en vrijmetselaars elkaar opnieuw in een Union Sacrée in hun verzet tegen de Hollandse koning Willem I. Dit Unionisme werd in de eerste Belgische regeringen voortgezet. In de Belgische magistratuur zelfs tot op de dag van vandaag. Ook de vrij recent opgerichte Hoge Raad voor de Justitie is keurig paritair samengesteld en bestaat voor de helft uit vrijmetselaars en voor de helft uit katholieken.

Dit verklaart ten dele de soms vrij bizarre kronkelwegen van 's lands Justitie. Ik denk in dit verband aan de vervolging en nadien de vrijspraak van voorzitter Beirens van het Hof van Beroep te Gent. Raadsheer Beirens was een logebroeder van wijlen mijn vader Georges Jassogne in de vrijmetselaarsloge La Flandre te Brugge.

Ook verwijs ik naar een interview met Walter De Bock in De Morgen van 8 januari 2004. Bij de moord op staatsminister Cools werden alle mogelijke sporen onderzocht, behalve de meest voor de hand liggende: de Luikse vrijmetselaarsloge Vellbrück, waarvan de in assisen veroordeelde opdrachtgevers voor die moord, lid zijn.

Als zoon van een vrijmetselaar ben ik vrij goed vertrouwd met de werkwijze van deze geheime broederschap. Bij hun intrede in de vrijmetselarij zweren vrijmetselaars op hun leven het geheim van de broederschap tot in de dood te zullen bewaren en hun broeder-vrijmetselaar altijd te zullen helpen als die op die broederschap een beroep doet, ongeacht de wet en ongeacht de omstandigheden, het weze moord. Dit lijkt mij vrij goed te beantwoorden aan de definitie van een criminele organisatie.

Dat de helft van de magistraten van de Belgische hoven van beroep en van het hof van Cassatie tot die broederschap behoren, is ronduit bedenkelijk. Een wat minder belangrijk aspect van de broederschap is dan ook dat de vrijmetselaars gehouden zijn elkaars carrière en maatschappelijke opgang te ondersteunen. Vrijmetselaars maken andere vrijmetselaars rijk en machtig. Dit aspect van de vrijmetselarij vormt tevens haar belangrijkste recruteringsmechanisme.

De enig nuttige denkpiste is dan ook het openbaar maken van alvast dit geheim van de vrijmetselarij: dat zij de Belgische Staat in een wurggreep houdt die zij nooit vrijwillig zal opgeven. De maçonniekensymboliek van het Brusselse justitiepaleis staat daar borg voor.

Openbaarheid is ook de hefboom die de giganten van de psychiatrie ertoe kan bewegen in alle omstandigheden aan patiëntenbelangen de voorkeur te geven. Buiten de context van het Unionisme, van de staatsraison dus, worden de overlevingskansen van die giganten immers rechtstreeks bepaald door de mate waarin zij erin zullen slagen zich te ontdoen van de macro-maatschappelijke invulling van hun opdracht.

Openbaarheid is nu ook mijn beste bescherming tegen de absolute willekeur waarvan ik het slachtoffer ben. Ik zou er u dan ook dank voor weten mocht u deze brief in uw kringen willen meedelen of via uw website openbaar maken. Dat uw en mijn opponenten de man en niet de bal spelen, neem ik erbij.

De historische gegevens in deze brief heb ik ontleend aan de BIS-cursus "België, een onvoltooide geschiedenis" van het Volwassenenonderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.

Kan u mij het adres van de heer Vervloesem bezorgen a.u.b. ? Ik zou hem graag een brief schrijven.

Met dank en oprechte hoogachting,

Jos Pieters

---------

Marcel Vervloesem van de Werkgroep Morkhoven dankt de gevangenen van de gevangenis te Turnhout nogmaals voor hun steun en hun medemenselijkheid.

http://werkgroep-morkhoven.skynetblogs.be/