28-07-07

Morkhoven en Prinses de Croÿ organiseren Open-Deur-Dagen


Werkgroep Morkhoven en Prinses de Croÿ organiseren Open-Deur-Dagen

 Jan   Peeters.mandatarisimage-10Onkel0810brusselNovalet.images-1

De Werkgroep Morkhoven heeft al jarenlang problemen met de nederlandstalige (Sp.a) en franstalige socialisten (PS).
De klachten tegen Morkhoven-activist Marcel Vervloesem bijvoorbeeld werden door een bestuurslid van de Herentalse Sp.a geörganiseerd. De man waarvan een 30-tal processen-verbaals van zedenfeiten met jongeren en minderjarigen bestaan, werd door het Sp.a-bestuur van Herentals en de Herentalse burgemeester Jan Peeters die Sp.a-kamerlid en tevens lid van het Sp.a-partijbureau te Brussel is, voor een periode van twee jaar tot bestuurslid van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Werk van Herentals (Dienst Jeugdzaken) benoemd. Vorig jaar werd hij dank zij een verkiesbare plaats die hem een 200-tal stemmen opleverde, tot gemeenteraadslid van Herentals verkozen. Hij zetelt sinds januari 2007 in de Herentalse politieraad.
Laurette Onkelinx van haar kant die dank zij de afgetreden PS-voorzitter Elio Di Rupo haar functie van Justitieminister mag inruilen voor PS-Kamervoorzitter, hielp de kinderpornozaak Zandvoort in de doofpot stoppen door in haar antwoord op een parlementaire vraag te verklaren dat het slechts een 'individueel dossier' betrof. Dank zij haar tussenkomst werden de 88.000 kinderen in de kinderpornozaak Zandvoort dus nooit geidentificeerd en werden de kinderverkrachters en kinderpornoproducenten in deze zaak nooit opgespoord.

In plaats van toe te geven dat Onkelinx zwaar in gebreke is gebleven, proberen de franstalige socialisten de Werkgroep Morkhoven echter verder het zwijgen op te leggen. Dat doen zij door het huis waarin de zetel van de vzw Werkgroep Morkhoven is gevestigd, langzaam te laten verkrotten.

De Werkgroep richtte zich enkele maanden geleden nog tot de Dienst 'Vlaamse Aangelegenheden' van Sint-Gillis maar stelt vast dat men als Vlaming niets van deze dienst moet verwachten. De Dienst 'Vlaamse Aangelegenheden' valt immers onder de bevoegdheid van Schepen Mady Novalet-Van Vooren (VLD) die bij de voorbije gemeenteraadsverkiezingen maar amper 300 stemmen op haar naam kreeg en als Van Vooren niet naar de pijpen danst van de Parti Socialiste die alles te vertellen heeft in Sint-Gillis, dan mag de VLD niet meer 'meedoen'.

Vermoedelijk beperkt deze politieke corruptie zich niet uitsluitend tot Sint-Gillis en moeten Vlamingen of Vlaamse actievoerders minstens halfdood zijn vooraléér op de Diensten 'Vlaamse Aangelegenheden' van de Brusselse gemeenten te kunnen rekenen...

Jan Boeykens
Voorzitter Werkgroep Morkhoven

VZW Werkgroep Morkhoven, Faiderstraat 10, 1060 Sint-Gillis


Naar aanleiding van het 20-jarig bestaan van de Werkgroep Morkhoven, organiseren de VZW Werkgroep Morkhoven en Prinses Jacqueline de Croÿ open-deur-dagen in het huis in de Faiderstraat n° 10 te Sint-Gillis.
Het huis waarvan de gevel door de Dienst Monumenten en Landschappen geklasseerd werd, zal de Brusselse toerist wel interesseren. Het werd namelijk in 1882 in opdracht van Graaf Eugène Goblet d'Alviella die ondermeer rector was van de Vrije Universiteit Brussel, volgens de plannen van de bekende Belgische architect Van Rysselberghe gebouwd.

Voor info en afspraken: 02 537 49 97 issakaba@skynet.be http://groups.msn.com/woonbeleid-PolitiqueduLogement/

----------

Foto's: Jan Peeters (Sp.a), Laurette Onkelinx-Di Rupo (PS), Mady Novalet-Van Vooren (VLD)

12:09 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (7)

21-07-07

Onkelinx stak de kinderpornozaak Zandvoort mee in de doofpot


Laurette Onkelinx stak de kinderpornozaak Zandvoort mee in de doofpot

ID794023_19_demotteps_thien_00CEK4_0.JPG

In de senaatsvergadering van 20.11.2003 werd Justitieminister Onkelinx (Parti Socialiste) door senator Sabine de Bethune (CD&V) aan de tand gevoeld omtrent 'de opstelling van een nationaal actieplan inzake de rechten van het kind'. Onkelinx sprak daarbij over de oprichting van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind als 'permanent forum en schakel tussen de regering en de maatschappij'.

Wat Onkelinx nu precies met 'kinderrechten' te maken heeft, is niet duidelijk gezien zij de kinderpornozaak Zandvoort met de 88.000 slachtoffertjes mee in de doofpot stak.

In haar antwoord op de parlementaire vraag van Ecolo-parlementslid Zoé Genot noemde Onkelinx de kinderpornozaak Zandvoort immers een 'individueel dossier' en, zoals haar voorganger Marc Verwilghen, liet zij toe dat de tientallen kindermisbruikers en kinderpornoproducenten in deze zaak niet werden opgespoord.

Ook senator Sabine de Bethune gaat in deze zaak niet vrijuit. Zij werd herhaaldelijk geinformeerd over de kinderpornozaak Zandvoort maar zweeg erover terwijl zij voortdurend over 'Kinderrechten' en het 'Kinderrechtenbeleid' spreekt.


Belgische Senaat – Plenaire vergaderingen – Donderdag 20 november 2003 – Namiddagvergadering – Handelingen 3-21 / p. 47

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «de opstelling van een nationaal actieplan inzake de rechten van het kind» (nr. 3-52)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V):
– Tijdens de speciale zitting van de Verenigde Naties in mei 2002 hebben de beleidsmakers van de internationale gemeenschap een Wereldactieplan voor kinderen aangenomen. Ook de Belgische regering heeft dit Wereldactieplan onderschreven en heeft zich op die manier geëngageerd mee te werken aan een nationaal actieplan tegen eind 2003. De opstelling van een nationaal actieplan is tevens een belangrijke en dringende stap naar een overkoepelend beleid op federaal vlak betreffende de rechten van het kind. Ik heb vorige week een vraag gesteld over het jaarlijkse verslag van de federale regering inzake kinderrechten. De minister verwees toen al naar de redactie van dit nationale actieplan.
Niettemin heb ik een aantal concrete vragen hierover. Ik verwijs ook naar de vragen van collega de T’ Serclaes, die niet aanwezig kon zijn. Hoe ver staat het met de opstelling van een Belgisch nationaal actieplan inzake de rechten van het kind? Wat zullen de krachtlijnen zijn van dit actieplan? Wie coördineert de opvolging van het nationale actieplan en de andere initiatieven voor een federaal kinderrechtenbeleid? Welke personen of organisaties zijn bij de opstelling van dit nationale actieplan betrokken en op welke manier? Ik heb het dan speciaal over de kinderrechtencommissarissen van de Vlaamse en Franse Gemeenschap, de niet-gouvernementele organisaties die de opvolging van het kinderrechtenverdrag en de promotie en ondersteuning van de rechten van het kind in ons land tot doelstelling hebben, de kinderen en jongeren zelf.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie:
– Zoals ik vorige week al heb meegedeeld, werd slechts één werkgroep opgericht om tegemoet te komen aan de vereisten van de Verenigde Naties en de vereisten van de wet van 4 september 2002 in verband met het indienen van een jaarlijks rapport. Het is namelijk de bedoeling het overleg en de coherentie van het nationaal actieplan, dat zich nog in de oprichtingsfase bevindt, te optimaliseren. De meeste ministeriële departementen hebben een contactpersoon aangesteld. Die personen zijn op 25 september en op 17 november 2003 samengekomen in de FOD Justitie. Er werd een gezamenlijke werkmethodologie vastgelegd. De departementen werd gevraagd, binnen hun bevoegdheidsdomeinen, hun strategische doelstellingen inzake kinderrechten vast te leggen. Sommige federale departementen moeten die doelstellingen nog definiëren. De gemeenschappen zijn daar vroeger mee begonnen. Ze beschikken al over een coördinatiemechanisme en konden die eerste werkfase dus al afronden.
Tijdens de tweede fase zullen de prioriteiten van het actieplan worden geanalyseerd. Hierna zal een consensus over de krachtlijnen van het actieplan worden ontwikkeld. Deze werkzaamheden zullen worden uitgevoerd door twee commissies die binnen de werkgroep opgericht worden; ze zullen op 25 november en op 4 december 2003 bijeenkomen. De coördinatie gebeurt momenteel door de FOD Justitie. Eens de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind zal zijn opgericht, zal ze een belangrijke rol vervullen bij deze coördinatie. Alle departementen die bevoegdheden hebben op het vlak van de kinderrechten, zijn lid van werkgroep die belast is met het uitwerken van het actieplan.
Ook experts kunnen erbij worden betrokken. Het actieplan zal worden voorgelegd aan de NGO’s die samengesteld zijn uit vertegenwoordigers van de burgermaatschappij en derhalve zijn er ook kinderen bij. Om praktische redenen en wegens de tijdsindeling, opteerde de werkgroep ervoor om de kinderen er niet actiever bij te betrekken.
Ik heb de indruk dat nog enige verduidelijking wenselijk is. De werkgroep heeft dus een werkmethodologie vastgelegd om tegemoet te komen aan de aanbevelingen van de Verenigde Naties om vóór eind 2003 een nationaal actieplan uit te werken. Men zou die werkgroep wel kunnen suggereren het parlement te raadplegen, een consequenter deelnemingsproces en inzonderheid een ronde tafel te organiseren, maar dan zou het actieplan pas in 2004 worden afgerond.
Ik deel uw zienswijze over de rol van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind als permanent forum en schakel tussen de regering en de maatschappij. Ik ben niet van plan die opdracht over te dragen of daartoe een onderzoekscontract te sluiten met een universiteit. Om een permanent discussieplatform op te richten met betrekking tot de toepassing van de Conventie van de Verenigde Naties over de kinderrechten bepaalt het samenwerkingsakkoord dat de Commissie wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de federale, de gemeenschaps- en gewestministers, van het College van procureurs-generaal, van de Vereniging van steden en gemeenten, van de NGO’s, van de universiteiten, van de délégué général aux droits de l’enfant en de kinderrechtencommissaris en van het Belgisch Unicefcomité.
Ik ben vastbesloten alles in het werk te stellen om dit dossier zo spoedig mogelijk af te ronden. Ik kan nu nog niet zeggen wanneer die Commissie wordt opgericht, want bepaalde parameters hangen af van het overleg dat met de gemeenschappen wordt gehouden om de blokkeringen die zich tijdens de vorige regeerperiode voordeden, te voorkomen.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V): – Ik reken erop dat de vice-eerste minister echt werk gaat maken van dit dossier. De vorige regeerperiode werd in dit dossier immers bijna geen vooruitgang geboekt.
Ik heb ook enkele concrete voorstellen voor het nationale actieplan. Ten eerste moet binnen het plan ruimte worden gemaakt voor instrumenten voor een kindvriendelijk beleid. Zo moet er naar analogie met Vlaanderen een wet op de kindeffectrapportage komen. Ten tweede moet jaarlijks aan de begroting een kindernota worden gevoegd, naar analogie met de bestaande zilvernota voor de vergrijzing en de solidariteitsnota voor de NoordZuidverhouding. Tevens moet er op het federale niveau een kinderrechtencommissariaat worden opgericht bij het federale parlement. Die instelling moet geen ombudsdienst voor de kinderen zijn, maar moet er op onafhankelijke wijze over waken dat het kinderrechtenverdrag wordt geïmplementeerd. Ook moet de methodologie om kinderen te betrekken bij de planning en de evaluatie van het kinderrechtenbeleid worden verfijnd. Het is niet eenvoudig om dat op een ernstige manier te doen. Het is niet de bedoeling om een rollenspel op te voeren, dat kunnen kinderen op school doen. Wel moet worden gezocht naar formules die de kinderen ernstig nemen. De werkgroep ‘Kinderrechten’ van de Senaat heeft tijdens de vorige regeerperiode enkele malen geprobeerd dat op een ernstige wijze te doen, bijvoorbeeld inzake het dossier van de niet-begeleide minderjarige illegalen en asielzoekers. Na overleg met kinderen die zelf in die situatie zitten, hebben we een advies geformuleerd. Deze methodologie moet verder worden onderzocht, eventueel in samenwerking met de Senaat. De Senaat heeft ook talrijke belangrijke aanbevelingen gedaan in het vooruitzicht van de Top van New York. We hebben een volledige agenda opgesteld voor een nationaal actieplan. Zo vindt onze fractie het essentieel dat ook de rechtspositie van de minderjarige wordt versterkt en dat dringend werk wordt gemaakt van het spreekrecht van kinderen in Justitie, van een statuut voor jeugdadvocaten, van de rechtstoegang voor kinderen en van de implementatie van het voogdijstatuut voor de niet-begeleide minderjarige. Ook moet verder worden gesleuteld aan de Grondwet. Het gaat om voorstellen waarvan het parlementaire werk is afgerond en die, eventueel mits verfijning, kunnen worden geïmplementeerd. Ik hoop ook dat we een parlementair debat kunnen houden eens het plan klaar is zodat we ook hier het draagvlak kunnen verbreden en eventueel aanpassingen kunnen doen.

--------------------

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «de oprichting van een nationale commissie voor de rechten van het kind» (nr. 3-51)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V):
– Deze vraag sluit aan bij de vorige. Als ik het goed begrepen heb, zal de Nationale Commissie voor de rechten van het kind binnenkort worden opgericht. Kan de minister meer concrete gegevens verstrekken? Haar voorganger, de heer Verwilghen, had in commissie op informele wijze een voorontwerp rondgedeeld. Toen waren we hoopvol gestemd, omdat we dachten dat de commissie spoedig zou worden opgericht. Inmiddels zijn we meer dan een jaar later en is de commissie nog steeds niet opgericht. Ik veronderstel dat het nog steeds in de bedoeling ligt dat de federale instanties partner vormen met de gemeenschappen, de gewesten en de NGO’s. Indertijd was er discussie over de manier waarop de gemeenschappen zouden bijdragen in de financiering en de administratie. In die zin heeft minister Verwilghen alleszins geantwoord op een vraag om uitleg in dit verband. Ik had dan ook graag vernomen of het budget voor deze commissie is ingeschreven in de begroting 2004. Daarenboven kreeg ik graag preciezere gegevens over de timing en over de vorm die de commissie zal aannemen.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie:
– Tijdens de vorige regeerperiode werd, in het kader van een ietwat moeilijkere dialoog met de Vlaamse Gemeenschap, contact opgenomen met minister Byttebier. Er kon een akkoord worden bereikt over de medefinanciering. De interministeriële conferentie voor het kind en de jeugd zou dus binnenkort moeten kunnen samenkomen met het oog op een akkoord over de tekst. De tienduizend euro werden ingeschreven op de begroting van 2004.

12:29 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0)