27-04-06

Kinderontvoeringen: ouders naar Europees Parlement































Eergisteren, 25 april 2006, was het de internationale dag inzake oudervervreemding.

Ondermeer enkele vertegenwoordigers van "SOS Rapts Parentaux", een vereniging die opkomt voor de ouders waarvan de kinderen door de andere ouder ontvoerd werden, waren op deze dag te gast bij Edward McMillan-Scott, Vice-President van het Europees Parlement en lid van de Europese Commissie voor Mensenrechten.

Medewerkers van SOS Rapts Parentaux hadden enkele weken geleden ook al een persoonlijk gesprek gehad met Carlo Fratini, de Vice-President van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor Justitie.

Zowel Edward McMillan-Scott als Carlo Fratini vinden dat de Conventie van Den Haag die door heel wat landen werd ondertekend, strikt moet nageleefd worden en dat Justitie moet optreden in geval van kinderontvoeringen. Zij willen er op de eerste plaats bij de overheden en Justitieverantwoordelijken van de Europese lidstaten op aandringen om de conventie te eerbiedigen. Dat beide Europese politici werkelijk werk willen maken van deze zaak blijkt ondermeer uit het feit dat Edward Mc Millan-Scott drie advocatenbureau's heeft gecontacteerd om een regeling op dit gebied uit te werken.

Op dit ogenblik is het zo dat de duizenden ouders van ontvoerde kinderen jarenlang in de kou blijven staan en zij de hoop om hun kinderen ooit terug te kunnen zien dikwijls hebben opgegeven. Zowel de ouders van het ontvoerde kind als de kinderen zelf, worden het slachtoffer van deze situatie.

In België werden er door Child Focus, het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Justitie wel enkele werkgroepen opgericht die rond deze problematiek moeten werken maar daar blijft het voorlopig bij. De ouders van de ontvoerde kinderen hebben zelfs het gevoel dat de werkgroepen op de eerste plaats werden opgericht om hen te sussen. Vandaar dat SOS Rapts Parentaux en enkele ouders op 29.3.2005 een aktie voerden voor het Egmontpaleis, alwaar de werkgroepvergaderingen plaatsvinden. Tijdens de aktie lieten zij zich, onder het goedkeurende oog van een paar rijkswachters, met dichtgekleefde monden aan het traliewerk van het Egmontpaleis vastketenen teneinde de laksheid van de Belgische overheid in deze aan te klagen.

De aktievoerders konden op heel wat belangstelling van de pers rekenen maar op een reaktie van Justitieminister Laurette Onkelinx (PS) hoefde men niet te rekenen. De minister geeft er immers de voorkeur aan om de kritiek op haar beleid inzake kinderontvoeringen dood te zwijgen.

SOS Rapts Parentaux en de ouders van de ontvoerde kinderen kunnen daarentegen wel rekenen op de politieke steun van Senaatvoorzitster Anne-Marie Lizin (PS) en Louis Michel (PRL) die op hun beurt de bijzondere aandacht van Edward Mc Millan-Scott en Carlo Fratini voor de problematiek der kinderontvoeringen en de slachtoffers van kinderontvoeringen wisten te trekken. De vrouw van de Europese Vice-President Edward Mc Millan-Scott is een specialiste op gebied van kinderrechten...

Foto: Edward Mc Millan-Scott, Vice-President Europees Parlement
Contact:

Contact

PARLEMENTAIR BUREAU

emcmillanscott@europarl.eu.int

Room 14E102, Europees Parlement, Wiertzstraat, 1047 Brussel, BE

Tel +32 2 284 5959    Fax +32 2 284 9959

Website Edward Mc Millan-Scott: http://www.edwardmcmillan-scott.com/

Commentaren

McMillan-Scott - Europese onderzoekscommissie kinderontvoering
Er zijn steeds meer en meer relaties en huwelijken van personen die twee verschillende nationaliteiten hebben.

Indien alles goed loopt is er geen enkel probleem maar wat met de kinderen indien het koppel besloten heeft om van elkaar te scheiden ?

De kinderen worden dan vaak door één van de ouders naar het buitenland ontvoerd en zowel de kinderen als de alleen achterblijvende ouder zijn daarvan het slachtoffer.

Op Europees gebied wordt er wel werk gemaakt van deze problematiek maar de Europese wetgeving en de Internationale Conventie van Den Haag in verband met kinderontvoering worden zelfs door de Europese lidstaten niet gerespecteerd.

Een delegatie van de vereniging "SOS Rapts Parentaux" die onlangs nog een aktie voerde voor de poorten van het Egmontpaleis te Brussel, werd enkele weken geleden door Carlo Fratini, Vice-President van de Europese Unie, uitgenodigd om deze problematiek te bespreken. De Vice-President beloofde dat hij opnieuw werk zou laten maken van deze kwestie.

Op 25.4.2006 (dag van de ouder-kindervervreemding) maakte Edward McMillan-Scott, Vice-President van het Europees Parlement, bekend dat hij een Europese onderzoekscommissie had laten instellen en verschillende advocatenbureau's had gecontacteerd die moeten uitzoeken hoe zij de internationale problematiek inzake kinderen die door één van de ouders werd ontvoerd, moeten oplossen.

Ouders van ontvoerde kinderen kunnen voor informatie met betrekking tot hun dossier thans op het volgende adres terecht:

Edward McMillan-Scott
PARLIAMENTARY OFFICE
Room 14E102, European Parliament, Rue Wiertz, 1047 Brussels, BE
Tel +32 2 284 5959    Fax +32 2 284 9959
emcmillanscott@europarl.eu.int

http://www.edwardmcmillan-scott.com/

Gepost door: Boeykens | 08-05-06

Reageren op dit commentaar

Parlementaire vragen kinderontvoeringen
Belgische Senaat (3-157) - Handelingen - Nederlandse versie
DONDERDAG 30 MAART 2006 - NAMIDDAGVERGADERING
Mondelinge vragen kinderontvoeringen

Mondelinge vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en aan de minister van Buitenlandse Zaken over «de problematiek van de ontvoeringen door ouders» (nr. 3-1076)

Mondelinge vraag van mevrouw Marie-José Laloy aan de minister van Buitenlandse Zaken over «de werking van de interministeriële cel die belast is met ontvoeringen door ouders» (nr. 3-1070)

Mondelinge vraag van mevrouw Marie-Hélène Crombé-Berton aan de minister van Buitenlandse Zaken over «de ontvoeringen van kinderen» (nr. 3-1071)

De voorzitter. - Ik stel voor deze mondelinge vragen samen te voegen. (Instemming)
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.


Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Toen ik een week geleden mijn vraag indiende, kon ik niet vermoeden dat ze vandaag brandend actueel zou zijn. Gisteren nog heeft de Franstalige vzw SOS Rapts parentaux, uiting gegeven aan haar ontreddering.

Het aantal klachten over het recht van huisvesting en het recht op persoonlijk contact blijft stijgen. Een deel ervan heeft betrekking op geschillen tussen ouders waarbij kinderen naar het buitenland worden gebracht. Het fenomeen treft vooral de grote steden. In Brussel alleen werden voor het jaar 2000 tweeduizend klachten genoteerd. Een verontrustend verschijnsel.

Zonder afbreuk te doen aan de internationale verdragen noch aan de wetsvoorstellen en -ontwerpen betreffende de gedwongen tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen die maatregelen inhouden met betrekking tot de persoon van kinderen en tot het verblijfs-co-ouderschap, zouden werkgroepen zich buigen over de problematiek van de ontvoeringen door ouders. Dat verneem ik althans.

Nieuw uitgedachte instrumenten moeten het beschikbare arsenaal aanvullen en nieuwe maatregelen moeten de patstelling doorbreken. Het parket van Brussel zou in samenwerking met de bevoegde ministers, de politiediensten, advocaten en slachtoffers van ontvoeringen in een werkgroep over oplossingen nadenken. Voor de betrokken ouders die wachten op een gelukkige ontknoping in hun dossier, blijven echter een aantal vragen onbeantwoord.

Ik wens aanvullende inlichtingen over die werkgroepen.

1. Wie heeft die werkgroepen opgericht, hoe zijn ze precies samengesteld en wat is hun opdracht?
2. Hoe werden de ouders van wie de kinderen werden ontvoerd, bij die werkgroepen betrokken? Zijn ze in alle werkgroepen vertegenwoordigd? Waarom worden ze er niet nader bij betrokken? Die vraag stond centraal in de manifestatie van gisteren.
3. Welke termijn kregen die werkgroepen opgelegd?
4. Wat zijn de echte doelstellingen van die werkgroepen? Stellen zij zich tot doel om nationale en internationale bemiddelingsprocedures uit te werken?
5. In welke vorm zullen de resultaten van hun werk worden bekendgemaakt? Zullen voor de betrokken actoren circulaires worden opgesteld?
6. Welke weerslag zullen die activiteiten hebben op de voorstellen en ontwerpen over hetzelfde onderwerp, die momenteel door de Kamer worden behandeld?


Mevrouw Marie-José Laloy (PS). - Op uitdrukkelijk verzoek van de Franstalige vereniging `SOS Rapts parentaux', heeft de voorganger van de minister, de heer Louis Michel, zich ertoe verbonden een interministeriële cel ermee te gelasten ouders die geconfronteerd worden met een ontvoering door de andere ouder, administratief bij te staan.

Naast het aspect preventie stelden de werkgroepen die aldus werden opgericht, zich tot doel de aandacht te vestigen op de juridische hiaten en incoherenties die een oplossing van die familiedrama's in de weg staan.

Zij moesten ook overlegde actievoorstellen doen. Die goede voornemens werden echter niet verwezenlijkt volgens planning aangezien er in drie jaar slechts vier keer werd vergaderd. Vandaag hebben die werkgroepen blijkbaar minder ambitie voor hun werking en opdracht dan bij hun oprichting, want er wordt onvoldoende rekening gehouden met de menselijke dimensie van de ontvoeringen.

Nochtans kwam de oprichting van die werkgroepen tegemoet aan een reële nood. Volgens de betrokken ouders zijn die werkgroepen meer dan nuttig. Ze moeten wel de middelen krijgen die voor hun opdracht vereist zijn.

Welke initiatieven zal de minister nemen om die werkgroepen nieuw leven in te blazen en om de onontbeerlijke steun van de overheid toe te zeggen aan ouders die vaak al verschillende jaren van hun kinderen gescheiden leven?


Mevrouw Marie-Hélène Crombé-Berton (MR). - Ik kan kort gaan aangezien mevrouw Nyssens en mevrouw Laloy al een reeks vragen hebben gesteld.

Bestaan er concrete voorstellen om dat soort situaties te voorkomen? Zijn er voorstellen om die kinderen te repatriëren? Liggen er oplossingen om die gezinnen te herenigen, in het verschiet?

Die menselijke drama's verdienen al onze aandacht en vergen dringend een oplossing. Hoe ver staat het met de werkgroepen die in 2003 werden opgericht?
-------

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken.

Ik heb er inderdaad op toegezien dat de verbintenissen die de heer Michel vroeger is aangegaan, werden nagekomen. In januari 2005 heb ik samen met de minister van Justitie een `federaal aanspreekpunt' geopend, waar ouders terechtkunnen voor informatie over de gang van zaken ingeval van ontvoering en waar ze worden doorverwezen naar de bevoegde diensten.

De groep `politie-justitie' is samengesteld uit magistraten en politiemensen. Hij is zes keer bijeengekomen in 2005 en twee keer in 2006. Hij heeft de nieuwe Europese verordening Brussel II bis omgezet in een Belgische wettekst. De Ministerraad heeft de tekst zopas goedgekeurd.

De groep `politie-justitie' begint nu met het hoofdstuk preventie. Hij werkt opleiding en vorming voor politie en magistraten uit, verspreidt voorlichtingsbrochures en affiches en stelt een `memento' op voor politiepersoneel dat dringende oproepen ontvangt ingeval van ontvoering of dreigende ontvoering.

De `psychosociale' groep bestaat uit psychologen, kinderpsychiaters en sociaal werkers. Na overleg en voorbereidend werk heeft de werkgroep in november 2005 officieel zijn opdracht aangevat. Sindsdien heeft hij twee keer vergaderd. Hij heeft besloten om een denkoefening in drie stappen te maken: een gepaste begeleiding van de ouders en de kinderen vóór, tijdens en na de ontvoering.

Het voor de ouders meest delicate aspect werd eerst aangesneden, namelijk de vervreemding van de ouder tijdens de ontvoering. Het begrip werd gedefinieerd en vervolgens werden mechanismen ontwikkeld om het verschijnsel onder controle te krijgen.

Om een band tussen de ontvoerde kinderen en de benadeelde ouders in stand te houden, werd in juli 2005 een fonds `Buitenlandse Zaken' voor ontvoeringen door ouders opgericht. Het fonds financiert de reizen van ouders die hun kinderen in het buitenland gaan opzoeken. Dankzij dat budget hebben in tien gevallen ouders opnieuw contact kunnen opnemen met hun kinderen en werd in twee gevallen de terugkeer van de kinderen naar België betaald.

De groep `bemiddeling' pakt de internationale bemiddeling aan.

De groep `ouders' is vier keer bijeengekomen. Er werd gepeild naar de bereidheid van de ouders om over hun wedervaren te getuigen in andere werkgroepen, of zelfs om bepaalde suggesties te doen. Op grond van die korte enquête werden al vier ouders in maart uitgenodigd door de werkgroep `politie-justitie' en door de `psychosociale' werkgroep. Nog andere ouders zullen naargelang van hun interesse op volgende werkgroepvergaderingen worden uitgenodigd.
--------

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Het onbehagen is ontstaan, enerzijds, omdat ouders van de werkgroep `ouders' de indruk hebben dat ze uit de andere werkgroepen geweerd worden en, anderzijds, uit gebrek aan voorlichting.

Ik dring er dus op aan dat de andere groepen de ontevreden ouders voorlichten en met hen rond de tafel gaan zitten. Dat communicatieprobleem moet uit de wereld worden geholpen.


Mevrouw Marie-José Laloy (PS). - Ik sluit mij volledig aan bij mevrouw Nyssens. De ouders voelen zich niet daadwerkelijk betrokken. Bovendien bestaat de neiging om zich tot enkele ouders te beperken, terwijl er toch veel gevallen bestaan.

De groepen zouden dus moeten worden uitgebreid. Ik vraag dat een zo groot mogelijk aantal ouders bij de denkoefeningen wordt betrokken, want sommigen voelen zich uit het initiatief uitgesloten, hoewel het toch tegemoetkomt aan een reële politieke wil.


Mevrouw Marie-Hélène Crombé-Berton (MR). - Ik zou willen benadrukken dat er dringend maatregelen nodig zijn. Het gaat om een probleem van affectieve relaties, waarmee alle betrokken vrouwen het dag in dag uit moeilijk hebben. Dat een werkgroep in drie jaar slechts vier keer is bijeengekomen, vindt ik toch wel vreemd.

http://www.senate.be/www/?MIval=/showSenator&ID=4164&LANG=nl
http://www.senate.be/www/?MIval=/showSenator&ID=4300&LANG=nl
http://www.mjlaloy.be/mjlaloy/

Gepost door: Boeykens | 10-05-06

Reageren op dit commentaar

Belgische Centrale Autoriteit voor internationale kinderontvoeringen

In België heeft men de zogenaamde Belgische Centrale Autoriteit voor internationale kinderontvoeringen die zich als volgt tot de slachtoffers van kinderontvoeringen wendt:

Indien u slachtoffer bent van een grensoverschrijdende ontvoering van uw kind door de andere ouder of indien u moeilijkheden hebt om een persoonlijke relatie te blijven onderhouden met uw in het buitenland verblijvende kind, kan u de hulp inroepen van de dienst die voor België is aangewezen als Centrale Autoriteit met het oog op de uitvoering van de internationale instrumenten inzake internationale kinderontvoering.

FOD Justitie
Directoraat-generaal Wetgeving en Fundamentele Rechten en Vrijheden
Centrale Autoriteit wederzijdse rechtshulp in burgerlijke zaken
Waterloolaan 115
1000 Brussel
België
Tel.: (+32) 2 542 67 00
Fax: (+32) 2 542 70 06
E-mail: kinderontvoering@just.fgov.be

België is gebonden door verscheidene internationale instrumenten die maatregelen bevatten ter bestrijding van het ongeoorloofd overbrengen van kinderen uit hun gewone verblijfplaats en ter bescherming van de persoonlijke relaties van kinderen met hun ouders over de grenzen heen.

Deze internationale instrumenten strekken tot bevordering van de administratieve en gerechtelijke samenwerking tussen staten teneinde te beletten dat de ouder die met het kind naar het buitenland vlucht de feitelijke situatie die daardoor ontstaat, alzo kan bestendigen of legaliseren.

De geldende wetgeving voorziet in de aanwijzing van Centrale Autoriteiten die belast zijn met de inwerkingtreding van een eenvoudige en snelle gerechtelijke procedure met het oog op de terugkeer van het ongeoorloofd overgebrachte kind naar zijn gewone verblijfplaats of met het oog op de regeling of de bescherming van de feitelijke uitoefening van een omgangsrecht.

De Centrale Autoriteiten treden op hetzij als verzoekende autoriteit, hetzij als aangezochte autoriteit.

- Als verzoekende autoriteit
In dat geval vragen zij hun buitenlandse collega’s vast te stellen of te bevestigen waar het kind zich bevindt, een minnelijke regeling trachten te bewerkstelligen en, bij mislukking van deze, de rechtbank te vatten met het verzoek tot terugkeer van het ongeoorloofd overgebrachte kind of het verzoek tot erkenning van een grensoverschrijdend omgangsrecht.

Naar gelang van de Staat waar het kind zich bevindt, kan de Belgische Centrale Autoriteit optreden:

* de betrokken Staat is lid van de Europese Unie (met uitzondering van Denemarken) en is derhalve gebonden door EG-verordening nr. 2201/2003, de zogenaamde Brussel II bis-verordening;
* de betrokken Staat heeft een eveneens door België bekrachtigd multilateraal verdrag ondertekend dat van toepassing is op dit soort geschillen: het Verdrag van ‘s-Gravenhage van 25 oktober 1980 of het Verdrag van Luxemburg van 20 mei 1980;
* de betrokken Staat heeft met België een bilateraal verdrag ondertekend dat van toepassing is op dit soort geschillen.

Indien geen verdrag bestaat dat tussen België en deze Staat van toepassing is, beschikt de Belgische centrale autoriteit over geen enkele verdragsrechtelijke basis om op te treden. In dat geval kan u zich wenden tot de FOD Buitenlandse Zaken, Directoraat-generaal Consulaire Zaken, Karmelietenstraat 15 te 1000 Brussel. Deze dienst kan via de Belgische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen hulp en steun bieden bij de in het buitenland te ondernemen stappen.

- Als aangezochte autoriteit
Als het geschil tussen de ouders niet kan worden opgelost door onderhandelingen, maken de centrale autoriteiten de zaak aanhangig of bevorderen de aanhangigmaking met het voormelde doel.

a. Ingeval de Belgische Centrale Autoriteit wordt aangezocht door een andere Verdragsluitende Staat met het oog op de terugkeer van een ongeoorloofd overgebracht kind naar zijn gewone verblijfplaats, gaat zij na of de voorwaarden van het toe te passen verdrag, vervuld zijn en maakt de zaak aanhangig bij het bevoegde parket.

Wanneer de betrokken persoon het kind niet vrijwillig teruggeeft, wordt op verzoek van het parket een verzoek tot terugkeer van het kind naar zijn gewone verblijfplaats volgens de spoedprocedures aanhangig gemaakt bij de rechtbank.

In geval van belangenconflict in hoofde van het openbaar ministerie, wordt door de Centrale Autoriteit een advocaat aangewezen ter verdediging van de belangen van de ouder.

Zodra de rechterlijke beslissing uitvoerbaar is, moet het parket samen met de Belgische Centrale Autoriteit ervoor zorgen dat deze zo spoedig mogelijk en in de best mogelijke omstandigheden daadwerkelijk wordt uitgevoerd.


b. Ingeval de Belgische Centrale Autoriteit wordt aangezocht door een andere Verdragsluitende Staat met het oog op de erkenning en de regeling van een grensoverschrijdend omgangsrecht, maakt zij de zaak aanhangig bij het bevoegde parket onder de voormelde voorwaarden.

Het parket moet er dan voor zorgen dat de ouder of de persoon bij wie het kind woont, wordt gehoord over diens voornemen om het omgangsrecht van de andere ouder al dan niet na te leven en zoeken naar een minnelijke schikking over de wijze van uitoefening van dit recht.

Wanneer geen overeenstemming wordt bereikt, stelt het parket een gerechtelijke procedure tot erkenning en tenuitvoerleggingvan het grensoverschrijdend omgangsrecht in, of tot regeling ervan.
------------------------------------------------------------------------
De medewerkers van de Belgische centrale autoriteit kunnen de ouders helpen hun individuele situatie te beoordelen en hen raad geven over de verschillende middelen die kunnen worden aangewend om hun rechten veilig te stellen. Bij de centrale autoriteit staat een psychologe ter beschikking van de ouders om hen nuttige informatie te geven en hen te helpen eventuele problemen op te lossen.

Ongeacht het optreden van de Belgische Centrale Autoriteit kan de verzoekende ouder ook zelf naar een minnelijke oplossing zoeken. Het is uiteraard raadzaam een advocaat te raadplegen die inlichtingen kan verschaffen over de burgerlijke of strafrechtelijke procedures die moeten worden ingesteld om zijn of haar rechten te doen gelden.


Gepost door: Boeykens | 16-05-06

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.