05-07-05

Hoe vrij is de pers vandaag ?

Hoe vrij is de pers vandaag ?

Wie bepaalt welke feiten op welke manier aan de bevolking worden meegedeeld? En waarom? Hoe ver reikt de keuzevrijheid van journalist en redacteur? Een vraag van belang voor mensen in nood, wiens hulpkreten niet gehoord worden.

De openbare omroep: Informatiekanaal voor de burger of propaganda-instrument van de regering?


Onlangs leek het erop dat de VRT het niet zo nauw neemt met de wettelijke bepalingen en deontologische code. Ik moest namelijk vaststellen dat de verslaggeving aangaande de internationale conferentie met betrekking tot Irak enkel het standpunt van de regering omvatte. Deze conferentie vond op woensdag 22 juni in Brussel plaats. De weken die er aan vooraf gingen heeft het BRussells Tribunal intensief gediscussieerd over de zin - of beter onzin - van deze conferentie. In deze discussie werden deskundigen aller aard betrokken: Irakezen van verschillende strekkingen, zowel in als buiten Irak woonachtig, professionals inzake internationaal recht en mensenrechten, voormalige functionarissen van de Verenigde Naties, enz… Deze discussie resulteerde in een platformtekst, te consulteren op de website van het BRussells Tribunal. Op 21 juni hadden we een persconferentie, waar het nieuwe rapport van Dahr Jamail omtrent de erbarmelijke toestand van de ziekenhuizen in Irak onder de bezetting werd voorgesteld. Later op de dag hebben we actie gevoerd aan het Schumanplein om de aandacht te vestigen op het feit dat de huidige Iraakse regering niet legitiem verkozen werd en niet de meerderheid van het Iraakse volk vertegenwoordigt.

De nieuwsdienst van de openbare omroep was op de hoogte van deze actie en had de platformtekst, die door middel van verscheidene artikels uit het internationaal recht onderbouwd is, per e-mail toegestuurd gekregen. Op de actie van het BRussells Tribunal was ook een cameraman van de VRT aanwezig. Groot was mijn verbazing toen de volgende dag in het 7 uur-journaal, naast de informatie over de conferentie zelf, een manifestatie van een handvol Irakezen ter ondersteuning van deze conferentie wel in beeld kwam, maar de nieuwsredactie blijkbaar besloten had van onze protestactie met geen woord te reppen. Op deze wijze werd de stem van miljoenen andere Irakezen gesmoord en ontzegde de nieuwsdienst de kijkers het recht geïnformeerd te worden over de verschillende standpunten betreffende de kwestie.

Als kijker van het VRT-nieuws reken ik erop dat de nieuwsdienst van de openbare omroep erover waakt op onpartijdige wijze de burger te informeren over de actualiteiten. Dit behoort tenslotte tot de opdracht, want in de decretale bepalingen inzake de openbare omroep lees ik in artikel 8 §3: “De VRT moet via de programma’s bijdragen tot een onafhankelijke, objectieve en pluralistische opinievorming in Vlaanderen.” Voorts leert het decreet mij in artikel 23 §1 dat “de informatieprogramma’s, de mededelingen en de programma’s met een algemeen informatieve inslag, en alle informatieve programmaonderdelen onpartijdig en waarheidsgetrouw dienen te zijn.”

‘Op onpartijdige wijze informeren’ zou dan moeten betekenen, dat de verschillende standpunten rond een bepaald thema een plaats krijgen binnen de berichtgeving. In punt 4 van de code van journalistieke beginselen staat inderdaad het volgende vermeld: “De pers erkent en respecteert de verscheidenheid van opinie, zij verdedigt de vrijheid van publicatie van verschillende standpunten.” Deze bepaling lijkt me ook niet meer dan logisch in een land dat zich democratisch noemt en waar mensenrechten hoog aangeschreven staan. Tenslotte moet het publiek de kans krijgen om in de mate van het mogelijke een individuele, vrije mening over de feiten te vormen. Het gaat hier om het persoonlijke recht kennis te nemen van wat zich in de wereld waar men deel van uitmaakt afspeelt, om daar vervolgens een eigen oordeel rond te kunnen ontwikkelen.

Toen ik op 22 juni naar het avondjournaal keek, ging ik er van uit dat de verantwoordelijken op de VRT-nieuwsdienst de verschillende standpunten waarvan ze kennis hadden genomen aan bod zouden laten komen, zoals de openbare omroepopdracht dit voorschrijft. Ik was dan ook zeer verwonderd, maar eigenlijk nog veel meer teleurgesteld, toen bleek dat de actie volkomen doodgezwegen werd.

Ondertussen gaat de afslachting in Irak wel verder. Amerikaanse en Iraakse doodseskaders terroriseren de bewoners in de dorpen van West-Irak. De 'Salvador-optie' die het Pentagon in januari jl. overwoog is wel degelijk in werking getreden. Onschuldige burgers worden met honderden tegelijk gearresteerd en in de Amerikaanse gevangenenkampen aan martelingen blootgesteld. De Amerikaanse bedrijven, die miljoenen-, soms zelfs miljardencontracten in de wacht sleepten voor de wederopbouw van Irak, zijn er na twee jaar bezetting niet in geslaagd om het Iraakse volk van water, elektriciteit en elementaire gezondheidszorgen te voorzien. Dit zou zogezegd aan de veiligheidssituatie liggen. Dan vraag ik me af waarom ze wel een hospitaal van een verse laag verf of nieuwe schrijftafels kunnen voorzien, maar niet in staat zijn er de basismaterialen voor de verzorging van de vele zieken en gewonden te leveren. Bovendien was het Algemeen Ziekenhuis van Fallujah één van de eerste doelwitten van de VS-bommenwerpers tijdens de vernieling van de stad. Verschillende artsen hebben later getuigd hoe de Amerikaanse troepen de ziekenhuizen binnenvielen en de dokters aan de operatietafel arresteerden, waardoor de patiënten tijdens hun operatie overleden. Op 26 juni kwam een nieuwe noodoproep van artsen uit West-Irak binnen. De toestand is er onhoudbaar. De Amerikaanse bezettingsmachten trachten de informatiestroom vanuit Irak onder controle te houden en schrikken er niet voor terug journalisten naar het leven te staan.

Waarom wordt aan zulke feiten en getuigenissen zo weinig belang gehecht in de media? Het is toch zo klaar als een klontje dat de invasie en de daaropvolgende bezetting van het begin tot het einde uit een aaneenschakeling van corrupte en criminele handelingen bestaan. Men moet er alleen maar het internationaal recht op naslaan om tot dit besluit te komen, wat vorige week ook uitgebreid gebeurde op het World Tribunal on Iraq in Istanboel. De westerse regeringen spelen het spel van de Amerikaanse regering echter steeds meer mee. Hopen ze misschien ook een stukje van de koek te kunnen afsnoepen, of doen ze dit eerder uit schrik om bij de zelfaangeduide leiders van de wereld in ongenade te vallen en op zekere dag zelf het doelwit te worden? En welke rol speelt de openbare omroep hierbij? … Journalisten en redacteurs zijn toch verstandige mensen. Ik kan me amper voorstellen dat ze niet op de hoogte zijn van wat er werkelijk gaande is in Irak. Ik stel me ernstig de vraag waarom de informatie over bepaalde feiten ergens tussen waarneming en eindredactie spoorloos verdwijnt. Het gaat hier tenslotte niet over triviale zaken als de eetgewoonten van Saddam Hussein of de tepelpiercing van Janet Jackson, maar om de levens van talloze mensen die dagelijks bedreigd worden door de bezettingsmachten. Omwille van de machtswellust en de materiële belangen van de oorlogsarchitecten in Washington, waaronder zich eveneens een aantal christelijke en zionistische fundamentalisten bevinden, worden grote aantallen Iraakse burgers dagelijks geterroriseerd. De moreel volledig verwerpelijke verborgen agenda van deze gewetenloze neoconservatieve machine lijkt met alle mogelijke middelen uit de algemene media te worden geweerd. In een zeer recent artikel vanuit Turkije vermeldt Dahr Jamail dat de Amerikaanse consul er bij de Turkse eerste minister op had aangedrongen de redactie van een grote Turkse krant onder druk te zetten om niet zoveel artikels van hem (Jamail) te publiceren. Ook Naomi Klein en Robert Fisk moeten gecensureerd worden, aldus het artikel. Jamail stelt vast dat “de Amerikaanse regering andere landen onder druk zet om hun nieuws te censureren”. Dit is mijns inziens een uiterst bedenkelijke situatie.

Wanneer ik dit geval van perscensuur onder druk van de Amerikaanse regering met de ontbrekende verslaggeving over de genoemde actie van het BRussells Tribunal vergelijk, kom ik tot een mogelijke verklaring voor het feit dat sedert het bezoek van president Bush aan België in februari 2005 de berichtgeving omtrent Irak volledig eenzijdig geworden is. Voordien was er nog - hetzij spaarzaam - ruimte voor de andere kant van het verhaal. Bij de actie van het BRussells Tribunal ter gelegenheid van het Bush-bezoek in februari werd Lieven De Cauter, initiatiefnemer van het BT, door de VRT geïnterviewd. Sedertdien worden de standpunten van het BRussells Tribunal, wiens opinie gevormd wordt in samenwerking met een adviserend comité, samengesteld uit een respectabele verzameling van internationale intellectuelen, in de officiële media nagenoeg volkomen genegeerd. Vanuit deze vaststelling stel ik me de vraag in hoeverre de Belgische regering mee bepaalt welke feiten al dan niet in het nieuws vermeld (mogen) worden.

Indien de regering inderdaad druk uitoefent op de pers, zoals dit bij de Turkse krant het geval is, zou dit betekenen dat de nieuwsdienst van de VRT gehinderd wordt bij de berichtgeving in regel te blijven met de vierde bepaling van de code van journalistieke beginselen en de voorschriften volgens artikel 8 §3 van de decretale bepalingen inzake de openbare omroep. In de zaak Irak draagt de verslaggeving duidelijk niet bij tot een onafhankelijke, objectieve en pluralistische opinievorming in Vlaanderen. Het bovenstaande voorbeeld duidt erop dat de openbare omroep op subjectieve wijze, en wel op maat Washington, verslag uitbrengt. De Belgische regering schaart zich in toenemende mate achter deze bedenkelijke instelling uit de VS en de nieuwsberichten op de VRT zijn hiervan een weerspiegeling. Op deze wijze dreigt de openbare omroep een propaganda-instrument te worden van de huidige regering, wiens buitenlandse politiek steeds meer op die van de Amerikaanse pseudo-democratische plutocratie afgestemd wordt. Dit is droevig…zeer droevig.

Hoewel ik me hier expliciet over de openbare omroep uitspreek, betekent dit geenszins dat het enkel de VRT aan objectiviteit ontbreekt. Men kan deze partijdigheid wel meer in de media waarnemen. Dit is een verontrustende evolutie, aangezien de media over een grote macht beschikken om de publieke opinie te beïnvloeden. Om die reden acht ik het noodzakelijk in het belang van de mensenrechten en tegen de uitholling van de democratische beginselen de huidige tendens in vraag te stellen. Om tot een rechtvaardige en democratische samenleving te komen is transparantie onontbeerlijk. Hier mis ik transparantie betreffende het proces dat aan de uitzending (of publicatie) van de nieuwsfeiten vooraf gaat: wie bepaalt welke feiten op welke manier aan de bevolking worden meegedeeld? En waarom?

Ik ben er echter van overtuigd dat de verschillende mediabedrijven over heel wat rechtschapen werknemers beschikken, die bereid zijn zich tegen de druk van bovenaf te verzetten om de informatie waar de bevolking recht op heeft op objectieve wijze over te brengen. Door de leugens van de machtsgeile wereldheersers bloot te leggen – en dit gaat zeer eenvoudig door feiten naar voor te brengen – kan elke journalist zijn beroep veredelen en zo zijn bijdrage leveren om tot een eerlijkere en rechtvaardigere samenleving te komen. Men hoeft zich namelijk niet te beperken tot wat een president of een defensieminister gezegd heeft. Men kan evengoed de getuigenis van een Irakees die zijn halve familie door soldaten heeft zien uitmoorden vermelden. Het is maar de keuze die je maakt ... tenzij je keuzevrijheid ingeperkt wordt.

(Inge Van de Merlen - Jul. 05, 2005 - Bron: www.indymedia.be)

  

De commentaren zijn gesloten.